Verdere verdieping met Oeloem al-Qur’an, deel VII
Ondertussen is dit al weer het zevende deel in de serie ‘Verdere verdieping met Oeloem al-Qur’an’ ofwel Wetenschappen van de Qur’an. Nu mag het maken van deze lijst van de Soewar van de Qur’an niet meteen Wetenschappen van de Qur’an worden genoemd, maar is een eerste stap in de richting van het begrijpen van de Soewar van de Edele Qur’an. Uiteindelijk zal kennis bemachtigen via Oeloem al-Qur’an veel meer tijd gaan vergen.
Surah Al-Qasas (Surah 28) - wat betekent ‘De Verhalen’ - is uit de periode van Mekka en vertelt het gedetailleerd levensverhaal van de Profeet Musa, onder meer over zijn jeugd en vroege strijd tegen onderdrukkers als Fir’aun en Qārūn met het doel om de onderdrukten te verheffen, de onderdrukte moslims te troosten en bevestiging van het profeetschap van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam). Tevens worden verhalen van andere profeten besproken en het verhaal van de steenrijke, arrogante Qārūn om te waarschuwen tegen hoogmoed en materialisme en om aan te tonen dat macht en rijkdom vergankelijk zijn.
Surah Al-Ankabut (Surah 29) - wat staat voor ‘De Spin’ - is geopenbaard in Mekka. In deze Surah worden de beproevingen besproken waarmee gelovigen geconfronteerd worden en het belang van geduld en vertrouwen in Allah (Subhanahu wa ta’ala). De Surah werd geopenbaard in een periode dat de heidense Mekkanen de moslims vervolgden om hen van de Islam af te houden. In de Surah wordt de bekende parabel van het spinnenweb gebruikt om de kwetsbaarheid van Shirk aan te tonen en onmiddellijk de waarheid van de Qur’an en de Opstanding te bevestigen door middel van logische bewijzen.
Surah Ar-Rum (Surah 30) - betekent ‘De Romeinen’ - is geopenbaard in Mekka en heeft 60 Ayat. De opening is een diepgaande geopolitieke profetie door de behandeling van de winst van de Romeinen op de Perzen. Hierdoor wordt de macht van Allah (Subhanahu wa ta’ala) benadrukt en de cyclus van wereldse zaken, waardoor het belang benadrukt wordt van het nadenken over historische gebeurtenissen. In Aya 21 wordt gesproken over het huwelijk, waarbij beschreven wordt dat Allah (Subhanahu wa ta’ala) partners voor de mens heeft geschapen en liefde, barmhartigheid en rust voor elkaar.
Surah Luqman (Surah 31) - gaat over de Profeet Luqman - is een Surah uit de Mekka periode. De Surah benadrukt de wijsheid van de Qur’an boven misleidende menselijke verhalen en ontmaskert de pogingen om de Openbaring te vertroebelen met verhalen over wereldse macht. De Surah gaat over de wijsheid en het advies van Luqman aan zijn zoon, waarbij het belang van dankbaarheid, rechtschapenheid en wijsheid wordt benadrukt.
Surah As-Sajdah (Surah 32) - betekent ‘Eerbiedige Neerbuiging’ of ‘Neerknieling’ - is een Surah van de periode van Mekka en bespreekt de betekenis van het neerknielen als een daad van aanbidding en nederigheid tegenover Allah (Subhanahu wa ta’ala). De focus ligt op de kernprincipes van de Islam: Tawhid, het hiernamaals en het Profeetschap. In Aya 15 wordt gesproken over Sajdah doen (‘nederig neer te knielen’).
Surah Al-Ahzab (Surah 33) - staat voor de ‘Gecombineerde Krachten’ of ‘De Bondgenoten’ - is een Surah van Medina en heeft 73 Ayat. Het gaat over de historische gebeurtenissen en uitdagingen waarmee de vroege gemeenschap van moslims in de tijd van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) geconfronteerd werd, zoals tijdens en na de Slag van de Gracht (‘Ahzab’) (Slag van de Confederatie) en behandelt sociale, politieke en militaire kwesties, huwelijksvoorschirften, hijab-voorschriften voor moslima en de heiligheid van het huisgezin van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam). Gelovigen worden er aan herinnerd dat het ware succes komt door gehoorzaamheid en dankbaarheid, terwijl hoogmoed en ondankbaarheid zal leiden tot ondergang.
Surah Saba (Surah 34) - is genoemd naar de mensen van Saba - is een Surah uit de periode van Mekka en heeft 54 Ayat. Hierbij gaat het over het verhaal van de mensen van Saba en de arrogantie en ongeloof en behandelt dankbaarheid, de gevolgen van hoogmoed en heeft de verhalen van de Profeten Dawud en Sulayman als voorbeelden van dankbaarheid en wijs bestuur. Tevens bevestigt de Surah de absolute kennis en de controle over alle dingen door Allah (Subhanahu wa ta’ala) en waarschuwt dat wereldse gemakken mensen dichter bij Allah (Subhanahu wa ta’ala) zouden moeten brengen. Het ware succes komt door gehoorzaamheid en dankbaarheid, terwijl hoogmoed en ondankbaarheid tot ondergang zal leiden.
Surah Fatir (Surah 35) - betekent ‘De Veroorzaker’ of ‘De Schepper’ - is een Surah uit de periode van Mekka en heeft 45 Ayat. In de Surah ligt de nadruk op de rol en unieke goddelijkheid van Allah (Subhanahu wa ta’ala) als de Schepper (al-Fāṭir), bewijst de waarheid van de Opstanding en de gevolgen van het ongeloof. Hierbij worden bewijzen uit de schepping en de natuurlijke wereld aangevoerd, naast het feit dat de arrogantie van de polytheïsten wordt ontmaskerd.
Surah Ya-Sin (Surah 36) - staat bekend als het ‘Hart van de Qur’an’ - komt uit de periode van Mekka en bevat 83 Ayat. Er zijn geleerden die spreken over de naam ‘de Letters Ya Sin’. De Surah wordt gezien als een van de meest diepgaande en welsprekende Soewar van de Qur’an. Belangrijkste doel is de waarheid van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam), het goddelijke gezag van de Qur’an en de realiteit van de Opstanding te bewijzen. Dit gebeurt middels bewijzen uit de kosmos en de geschiedenis. Het begin van de Surah met 2 Arabische letters ‘Ya’ en ‘Sin’ is iets wat geleerden nog steeds bezighoudt, maar de exacte betekenis is alleen bekend bij Allah (Subhanahu wa ta’ala).
Surah As-Saffat (Surah 37) - betekent ‘Zij die de rangen bepalen’ of ‘Zij die zich in Rijen opstellen’ - is een Surah uit de periode van Mekka en heeft 182 Ayat. In de naam wordt gerefereerd aan de engelen, waarbij de rangen en de verantwoordelijkheden van de engelen in de Surah worden besproken en hun gehoorzaamheid aan de bevelen van Allah (Subhanahu wa ta’ala). Daarnaast worden verhalen van verschillende Profeten belicht zoals Noah, Ibrahim en Jona en de strijd voor het monotheïsme. De profetische lijn van Ibrahim wordt bevestigd met daarbij de bijzondere aandacht voor de eer van zijn zoon die geofferd zou worden.
Surah Sad (Surah 38) - is genoemd naar de Arabische letter ‘Sad’ - is geopenbaard in Mekka en heeft 88 Ayat. In deze Surah wordt het verhaal van de Profeet Dawud verteld met zijn wijsheid, geduld en standvastigheid bij het aangaan van uitdagingen. Het werd geopenbaard om de arrogante ontkenning van de Quraysh te doorbreken en dat gebeurt voornamelijk door de strijd en beloningen van de Profeten Dawud en Ayyub te beschrijven. Tevens wordt beschreven dat het menselijk lijden voortkomt uit de oeroude arrogantie van Shaytan.