De vier wetscholen in de Soennitische Islam, deel II
Wetschool van Imam Malik ibn Anas
Imam Malik ibn Anas was een student van Abu Hanifa en beide Imams kan men zien als directe volgers van de metgezellen (Tabi’ien). Imam Malik heeft gezegd:
“Niets is moeilijker voor mij dan wanneer mij gevraagd wordt over wat halal en haram is, want alleen Allah oordeelt hierover”
Deze wetschool is in Medina ontstaan en dat was een voordeel omdat er nog veel volgelingen van de Sahaba in Medina waren en de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) heeft zelf in Medina geleefd, waardoor er toegang was tot de geleefde Sunnah. Hierdoor heeft Imam Malik ooit gezegd:
“Dit is wat de mensen van Medina gewend zijn om te doen”
De bronnen van autoriteit waren daarom ook gericht op de kennis van Medina gericht, te beginnen bij de Qur’an en daarna de Sunnah van de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) en de Sunnah en Fatwa’s van de metgezellen. Ook hierna kwam de Ijma, echter alleen de consensus van de mensen van Medina. Daarna komt de Qiyas, alleen als deze ten goede komt van de mensen. Daarnaast kent de wetschool nog 5 bronnen: ‘Urf, ‘Adat (algemeen gebruik), Sadd adh-dhara’i (middelen), Istishab (gezelschap zoeken), Istihsan.
Wetschool van Imam Shafi’i
Imam Shafi’i was een student van Imam Malik in een tijd dat er nog veel wetscholen waren. Imam Shafi’i was verre familie van de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) en is geboren in Gaza, in het jaar dat Imam Abu Hanifa kwam te overlijden. Voor Imam Shafi’i was het van belang dat een Sunnah of Hadith alleen geaccepteerd kon worden, als deze compleet was terug te leiden tot de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam). Daarnaast was een Sunnah niet acceptabel als deze inging tegen de Qur’an. Imam Shafi’i heeft Istihsan niet geaccepteerd en ook de mensen uit Medina als bron als doorslaggevend.
Bij Imam Shafi’i zijn de Qur’an, de Sunnah en betrouwbare Ahadith op de eerste plaats gekomen. Voor deze Imam legt de Sunnah de Qur’an uit en is daarom onmisbaar. Dat hij de Sunnah en betrouwbare Ahadith zo hoog neerzette, kwam door de Qur’an. Zo zei de Imam:
“Als jullie ergens over twijfelen, leg het dan voor aan Allah en Zijn Boodschapper zodat hij ertussen kan oordelen” (Qur’an, 24:46)
Maar de Qur’an kwam altijd op de eerste plaats. Een andere bron was Ijma ( consensus van alle wetgeleerden uit een bepaalde tijd) en de uitspraken van de metgezellen.
Wetschool van Imam Ahmed ibn Hanbal
Imam Ahmed ibn Hanbal heeft veel werk besteed aan de overleveringen. Zijn studie kreeg de Imam van geleerden uit de Hanafi wetschool, heeft veel gereisd en geleerd bij 414 docenten op het gebied van Hadith. Daarna is hij Fiqh gaan studeren bij Imam Shafi’i. Imam Hanbal is meer tekstgericht geworden, waardoor hij het hypothetisch denken heeft verworpen.
De autoriteiten waren Qur’an en de Sunnah en daarna de onbetwiste uitspraken van de metgezellen, zwakkere overleveringen en Qiyas. Maar dat laatste werd alleen gebruikt, als er niets in de teksten te vinden is. Imam Hanbal gebruikte daarom de woorden van Imam Shafi’i:
“Neem je toevlucht tot qiyaas als dat nodig is”
In deze wetschool is geen consensus te vinden, daar de Imam het nooit genoemd heeft. Sterker nog, er wordt gezegd dat de Imam ooit heeft gezegd:
“Wie het bestaan van consensus claimt, is een leugenaar”
Overigens zou de wetschool van Imam Hanbal wel consensus kennen in de vorm Ijma’ onder de metgezellen.