Kennis opdoen over ‘Het omgaan met leiders’
De laatste jaren worden regelmatig demonstraties georganiseerd, worden opstanden opgezet - vaak in het eigen land, tegen de eigen leiders - en ontstaat er chaos in de wereld en dat geldt ook voor de Islamitische wereld. Maar hoe moet een moslim omgaan met het opstaan tegen de leiders? Is dat toegestaan of moet dat voorkomen worden, om geen chaos te veroorzaken? 

Het verbod te rebelleren 
Moslims hebben regelmatig een discussie - net als het overigens ook gebeurt onder niet-moslims - over hoe men moet omgaan met de heersers en leiders in de moslimlanden. Daarbij gaat het of vanuit de Islam de leiders gehoorzaamd moeten worden of dat het niet het geval is, gezien vanuit het standpunt van regentschap. 

Imam at-Tahawi heeft gezegd: “En wij (Ahlus-Sunnah wal-Djamaa’ah) zien het niet als geoorloofd om in opstand te komen tegen onze Imams en zij die de autoriteit over ons hebben, ook al zijn ze onrechtvaardig”. Imam Ahmed bin Hanbal heeft laten vastleggen:  “Wie tegen een leider van onder de Islamitische leiders in opstand komt waar de burgers zich achter geschaard hebben (d.w.z. aan hem de eed van trouw gezworen hebben) en zijn gezag bevestigd hebben, ongeacht hoe dit gedaan werd of zij er tevreden mee waren of hij de macht gegrepen heeft met dwang, deze rebel heeft de eenheid van de moslims verbroken en is in tegenstrijd met de profetische overleveringen. Indien de opstandige tegen hem zou sterven, dan zou hij sterven zoals in de tijd van onwetendheid (ongeloof)” 

Daarnaast zijn ook in de Qur’an en de Sunnah meerdere teksten te vinden die gaan over Islamitische leiders, waarbij vastgelegd is dat het verplicht is om de Islamitische leiders te gehoorzamen. Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “O jullie die geloven, gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper en degenen van autoriteit (oelil amr) vanonder jullie” (Qur’an, 4:59). Oelil amr staat voor Islamitische heerser. In een lange Hadith heeft de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) gesproken over het onderwerp toen de Sahabi Aboe Hudayfa een aantal vragen had gesteld over het volgen en gehoorzamen van de leiders: “Luister en gehoorzaam de leider (amier), ook al slaat hij jouw rug (in onrecht) of neemt hij jouw eigendommen af (in onrecht), luister en gehoorzaam” (Moeslim). 

In Aya 4:59 wordt gesproken over de verplichting van het gehoorzamen en luisteren naar de leiders van het gezag. Volgens geleerden zou dit een algemene verplichting zijn met de voorwaarde die wordt bevestigd in de Sunnah en dat gehoorzaamheid alleen is in iets dat geen zonde is. De betekenis van waalie oel-amr (degene die gezag bekleed), is iedereen aan wie Allah (Subhanahu wa ta’ala) gehoorzaamheid verplicht heeft gesteld van de leiders, de prinsen en de geleerden. Ibn ‘Atiyyah heeft in zijn Tafsir uitleg gegeven: "Voorwaar Allah gebiedt jullie de toevertrouwde (zaken) aan haar eigenaren te geven en wanneer jullie tussen de mensen oordelen, oordeel dan met rechtvaardigheid" (Qur’an,  4: 58)

Shaykh al-‘Allaamah Saalih ibn Sa’d as-Suhaymi liet in 2012 weten over het meedoen aan opstanden die plaatsvonden in sommige Islamitische landen: “Hoe de leider ook is, hoe groot het onrecht ook is en hoe groot de tegenstrijdigheden ook zijn, het meedoen aan deze opstanden is een daad van joden en vrijmetselaars. Het behoort niet tot de handelingen van de moslims, het wordt niet goedgekeurd door de Islam en er is geen enkel bewijs voor in de [Islamitische] wetgeving”. Daarnaast gaf de Shaykh tevens aan dat er geen aandacht geschonken moet worden aan de ‘geleerden’ die een zogenaamde fatwa uitvaardigen met goedkeuring voor de opstanden. Tevens is het verboden om zelfmoord te plegen en daarbij ook nog te zeggen dat het een martelaar is. De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) heeft hierover gezegd: “Wie zichzelf dood is in het Vuur”  

Niet toegestaan om in opstand te komen tegen moslimleider
Shaykh al-‘allaamah Rabie’ ibn Haadie al-Madkhalie gaf hierover de link naar de Hadith van Ibn Omar: “Wie sterft en geen eed van trouw heeft afgelegd, sterft zoals in de tijd van onwetendheid (ongeloof)” (Sahieh Moeslim #1851) en gaf ook aan om de volgende Hadith te lezen: Degene die gehoorzaamheid verlaat [en zich heeft afgesplitst van de groep van de moslims, als hij in deze staat zou overlijden] dan zou hij komen te overlijden zoals in de tijd van onwetendheid (ongeloof)” (Sahieh Moeslim #1848). De Shaykh gaf daarbij aan dat het daarom niet is toegestaan om in opstand te komen tegen de moslimleider, wat werd gezegd door Ibn Omar, toen Yazid de leider was. 

Yazid I was de tweede kalief van de dynastie van Omajjaden (680 - 683) en het bewind is bekend geworden door de erfelijke opvolging maar zeker ook door de grote opstanden. Een van die opstanden was de Slag bij Karbala, waarbij de troepen van Yazid de kleinzoon van de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam), Hoessein, versloegen. Ibn ‘Omar wist van de situatie van Yazid, maar realiseerde zich dat het rebelleren tegen Yazid, zijn eed van trouw, die hij had gegeven, teniet zou doen. Dus wie tegen hem in opstand zou komen en daardoor zou sterven, zou sterven zoals in de tijd van onwetendheid.   

Ook gaf Shaykh al-‘allaamah Rabie’ ibn Haadie al-Madkhalie aan dat het rebelleren tegen de moslimleider in tegenstrijd is met de authentieke overleveringen van Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) en indruist tegen een belangrijk principe van Ahlus-Sunnah wal-Djamaa’ah. En dit geldt zelfs als de leider een ongelovige is, waarbij het rebelleren en in opstand komen nog steeds niet is toegestaan. Maar hierbij gaf de Shaykh tevens aan: “Behalve als ze daartoe in staat zijn en de schade niet meer wordt dan het profijt. Als het in zo’n situatie mogelijk is om hem te doen aftreden dan kan dat gedaan worden. Zo niet, dan is het beginsel om geduldig te zijn”. Bij een leider die (nog steeds) moslim is en de Islam niet heeft verlaten en bidt, is het niet toegestaan om tegen hem in opstand te komen, totdat “er duidelijk ongeloof gezien wordt en het rebelleren wordt dan gedaan met de eerder genoemde voorwaarden”