Deel II
20) Het onrechtmatig consumeren van iemand anders bezit
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “En eet niet iemands anders bezittingen onrechtmatig op, en geef geen omkoopsommen aan de heersers” (Qur'an 2:188)
21) Diefstal
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “De dief, man of vrouw, hak zijn of haar hand af als vergelding voor wat zij hebben gedaan, een straf als voorbeeld van Allah. En Allah is de Almachtige Alwijze” (Qur'an 5:38)
22) Onheil veroorzaken in het land
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “De vergoeding voor degenen die een oorlog tegen Allah en Zijn Boodschapper aangaan en onheil over het land brengen is slechts, dat zij door hun eigen handen gedood of gekruisigd worden, of hun handen en voeten worden aan tegengestelde kanten afgehakt, of zij worden uit het land verbannen. Dat is hun vernedering in deze wereld, en een grote bestraffing behoort hen toe in het hiernamaals”
23) Het zweren van een valse eed
Een valse eed is een eed die men aflegt terwijl men weet dat men liegt. En het wordt ‘Ghamoes’ genoemd, want de bestraffing omvat degene die het aflegt
24) Liegen
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Waarlijk, Allah leidt niet degene die een grote zondaar, een leugenaar is!” (Qur’an 40:28)
25) Zelfmoord plegen
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “…En dood jezelf niet. Zeker, Allah is de Ganadevolste voor jullie. En Wie dat door agressiviteit of onrechtvaardigheid begaat, zullen Wij naar het Vuur verbannen, en dat is gemakkelijk voor Allah. Als jullie de grote zonden, die jullie verboden zijn te plegen vermijden, dan zullen Wij jullie zonden vergeven, en jullie naar een Edele ingang verwijzen” (Qur'an 4:29-31)
26) Oneerlijk rechtspreken
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “…En iedereen die niet oordeelt volgens dat wat Allah geopenbaard heeft, is een ongelovige” ( Qur'an 5:44)
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt ook: “Waarlijk, degenen die de duidelijke bewijzen verhullen, de bewijzen en de leiding die Wij naar beneden hebben gezonden, nadat Wij het voor de Mensen van het Boek duidelijk hebben gemaakt: zij zijn degenen die door Allah vervloekt zijn en vervloekt door de vervloekers”
27) De echtgenoot die zich laat bedriegen
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “…De overspelige man trouwt niet anders dan de overspelige vrouw of een afgodaanbidster en geen trouwt haar behalve een overspelige man of een afgodenaanbidder. Zoiets is verboden voor de gelovigen” (Qur’an 24:3)
28) Vrouwen als mannen en mannen als vrouwen
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Twee soorten (mensen) die ik tot nu toe nog niet gezien heb, zullen naar de hel verwezen worden; mensen die zwepen vasthouden als koeienstaarten, en de mensen daarmee slaan, vrouwen die gekleed zijn maar nog steeds naakt (hun kleren zijn of te strak of te dun) en die zwalkend over straat lopen met hoofden die kamelenbulten lijken. Zij zullen niet in de hemel komen noch de geur daarvan ruiken terwijl de geur daarvan op zo’n lange afstand te ruiken is” (Muslim)
29) Degene die toestaat en die toegestaan wordt
(Degene die toestaat (Moehallil) is iemand die een vrouw trouwt, die onherroepelijk gescheiden is en weer van haar scheidt zodat zij weer met haar eerste man kan trouwen). Ibn Mas’oed (RA) zei: "De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) vervloekte degene die toestaat en degene die toegestaan wordt” (Een betrouwbare Hadith)
30) Het eten van kadavers, bloed en varkensvlees
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Zeg: ‘Ik vind niet in datgene wat aan mij geïnspireerd is iets wat verboden is te eten door iemand die dat wenst, behalve als het een dood dier is, of bloed dat uitgegoten is of het vlees van een varken, want dat is zeker onrein” (Qur'an 6:145)
31) Jezelf niet reinigen van urine
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “En jouw kleden gereinigd!” (Qur’an 74:4)
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei toen hij langs twee graven liep: “Zij (de bewoners van de graven) worden gemarteld voor twee grote zonden: een van hen reinigde zichzelf niet van de urine en de andere belasterde andere (mensen)” (Boechari en Muslim)
32) Het (onwettig) innen van belasting
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: "De weg (tot bestraffing) is slechts voor degenen die de mensen onderdrukken en verderf op aarde brengen, voor hen is er een pijnlijke bestraffing” (Qur’an 42:42)
33) Veinzen, is een soort hypocrisie
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “…En wanneer zij opstaan voor het gebed, staan zij lui op om door de mensen gezien te worden en zij gedenken Allah maar weinig” (Qur'an 4.412)
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt ook: “… zoals degene die zijn weelde uitgeeft om door de mensen gezien te worden" (Qur'an 2:264)
34) Bedrog
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “En waarlijk Allah leidt niet de samenzwering van de verraders” (Qur’an 12.52)
35) Kennis zoeken voor een wereldse zaak of kennis verbergen
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “…Het zijn slecht degene die kennis hebben van Zijn slaven die Allah vrezen…" (Qur'an 35.28)
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Waarlijk degenen die de duidelijk bewijzen verhullen, bewijzen en de leiding die Wij naar beneden hebben gezonden, nadat Wij het voor de Mensen van het Boek duidelijk hebben gemaakt, zij zijn degenen die door Allah vervloekt zijn en vervloekt door vervloekers” (Qur'an 2.159)
36) Het pronken met liefdadigheid
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “O jullie die geloven. Overhandig niet in verwaandheid jullie liefdadigheid door jullie gulheid te gedenken of door te kwetsen…” (Qur'an 2.264)
37) Het ontkennen van de voorbeschikking
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Waarlijk, Wij hebben voor alle zaken een goddelijke voorziening geschapen” (Qur’an 54:49)
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt ook: “Toen liet Hij zien wat goed voor hem was en wat verkeerd voor hem was” (Qur'an 91:8)
38) Het bespioneren van anderen
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “En bespioneer niet..” (Qur’an 49:12)
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “En als iemand naar de gesprekken van anderen luistert, die niet voor zijn oren bestemd zijn, dan zal er op de Dag des Oordeels gesmolten lood in zijn oren gegoten worden ; en wie een afbeelding maakt zal op de Dag des Oordeels gestraft worden en zal bevolen worden om een ziel in de afbeelding te maken, en hij zal daartoe niet in staat zijn” (Boechari)