Verdere verdieping met Oeloem al-Qur’an, deel V 
In deel IV zijn de eerste 5 Soewar van de Edele Qur’an in het kort besproken en Insha'Allah worden in de komende delen, de andere Soewar in het kort besproken. De bedoeling van deze opsomming is om aan te geven waar de 114 Soewar overgaan én - speciaal voor mezelf - om te weten te komen waar de verschillende onderwerpen te vinden zijn.  

Surah Al-An’am (Surah 6) - de naam staat voor ‘Het Vee’ - is geopenbaard in Mekka en richt zich sterk op de kernprincipes van de Islam, zoals de Tawhid (de eenheid van Allah (Subhanahu wa ta’ala)), de betekenis van het monotheïsme, de gevolgen van het polytheïsme, het hiernamaals en het profeetschap. In deze Surah wordt het belang benadrukt van het zoeken naar de leiding van Allah (Subhanahu wa ta’ala) en het volgen van Zijn geboden en worden de verhalen van de Profeten benadrukt om hieruit lessen voor de gelovigen te halen. De naam ‘Het Vee’ komt uit de Ayat 136 - 146, waar de valse regels van afgodendienaars in Mekka worden weerlegd en tevens wordt benadrukt dat Allah (Subhanahu wa ta’ala) alleen de regels mag opstellen voor halal (toegestaan) en haram (verboden).  

Surah Al-A'raf (Surah 7) - met de naam ‘De Kantelen’ - is een Surah met 206 Ayat en komt uit de Mekka periode. Aangegeven wordt dat de naam De Kantelen staat voor de verheven afscheiding tussen de hemel en de hel. De verhalen van naties uit het verleden met hun strijd en de gevolgen van de acties worden besproken, en de geschiedenis van Profeten, onder meer Nuh, Hud, Salih, Loet en Musa. Tevens wordt in de Surah benadrukt om gehoor te geven aan de boodschappen van de Profeten, het pad van rechtschapenheid te volgen en er wordt gewaarschuwd voor arrogantie, ongehoorzaamheid en de lok van wereldse verlangens. In de Ayat 11 - 18 wordt gesproken over het scheppingsverhaal en Iblis, die weigerde om voor Adam te buigen. 

Surah Al-Anfal (Surah 8) - heeft de naam ‘De Oorlogsbuit’ - is geopenbaard in Medina na de Slag van Badr. Het gaat met name om de implicaties van deze Slag voor de gelovigen, waarbij met nadruk wordt gewezen op het belang van standvastigheid, vertrouwen in Allah (Subhanahu wa ta’ala) en hierbij het zoeken naar Zijn steun in moeilijke tijden. Dit Surah heeft 75 verzen en geeft regels over buitgemaakte zaken, hoe men om moet gaan met de oorlogsbuit en de verdeling van rijkdom. De nadruk ligt op geduld, solidariteit en absoluut vertrouwen in Allah (Subhanahu wa ta’ala) en in feite wordt een handleiding aangedragen voor de moslims over het omgaan met overwinning, discipline, morele principes tijdens en na een gewapend conflict.

Surah At-Tawbah (Surah 9) - wat ‘Het Berouw’ betekent - is een Surah dat geopenbaard is in Medina en is de enige Surah die niet begint met "Bismillah al-Rahman al-Rahim". Dit wordt uitgelegd omdat de Surah een afkondiging is van ontheffing en boosheid richting de ‘brekers van verdragen’.  Belangrijk in de Surah is het concept van bekering, vergiffenis zoeken van Allah (Subhanahu wa ta’ala) en de gevolgen van ongeloof. Daarnaast wordt gewezen op het belang van het naleven van verdragen en het bestrijden van degenen die een bedreiging vormen voor gelovigen, er worden richtlijnen gegeven voor het omgaan met hypocrieten en het vormen van een rechtvaardige samenleving. De Surah heeft ook wel de naam Al-Bara’ah (‘De Ontheffing / Afstand'), wat komt van de afkondiging van het afbreken van verdragen met polytheïsten die zich niet hielden aan de afspraken.   

Surah Yunus (Surah 10) - heeft ook de naam ‘Jonah’ - is een Surah uit Mekka en heeft 109 Ayat. Belangrijk is het verhaal van Yunus en zijn missie om zijn volk te leiden naar de aanbidding van Allah (Subhanahu wa ta’ala). Het gaat om de fundamenten van geloof: de eenheid van Allah (Subhanahu wa ta’ala), de Openbaring, de Dag des Oordeels en de geschiedenis van Profeten, waarbij de nadruk ligt op geduld, berouw en de genade van Allah (Subhanahu wa ta’ala).  

Surah Hud (Surah 11) - is genoemd naar de ‘Profeet Hud’ - is een Surah met 123 Ayat en geopenbaard in Mekka. De Surah vertelt het verhaal van Profeet Hud die zijn volk wilde waarschuwen voor het ongeloof en immoreel gedrag. De nadruk ligt op de gevolgen van het verwerpen van de waarheid en het belang van berouw tonen aan Allah (Subhanahu wa ta’ala). Het is een oproep tot Tawhid, standvastigheid in geloof en waarschuwing tegen het verwerpen van de Boodschappers. Zo zijn er de verhalen van de Profeten Hud, Salih, Lut en Ibrahim. 

Surah Yusuf (Surah 12) - ook bekend als ‘Jozef’ - is een Surah uit de Mekka periode en geeft het complete, chronologische levensverhaal van de Profeet Yusuf. Hierbij gaat het om de reis van verraad naar triomf en benadrukt de thema’s Sabr (geduld), vertrouwen in Allah (Subhanahu wa ta’ala) en beloning voor de standvastigen in het geloof. Vaak wordt de Surah beschouwd als een van de mooiste verhalen in de Qur’an, door de gedetailleerde (vertel) stijl en de diepgaande lessen over menselijke emoties en spirituele standvastigheid.   

Surah Ar-Ra’d (Surah 13) - is genaamd ‘De Donder’ - heeft 43 Ayat en komt uit de Medina periode, hoewel er geleerden zijn die zeggen dat het Mekkaans is). De Surah gaat over het bestaan en de macht van Allah (Subhanahu wa ta’ala), de gevolgen van ongeloof, het belang van het zoeken naar kennis en nadenken van de tekenen van de schepping. Het begint met de bevestiging dat de Qur’an de waarheid is van Allah (Subhanahu wa ta’ala) en benadrukt de noodzaak van nederigheid en dankbaarheid richting Allah (Subhanahu wa ta’ala). De naam van de Surah komt van Aya 13, waarin wordt gemeld dat de donder (en de engelen) Allah (Subhanahu wa ta’ala) verheerlijkingen met lofprijzingen. 

Surah Ibrahim (Surah 14) - is genoemd naar de ‘Profeet Ibrahim' - is geopenbaard in Mekka. Hierbij gaat het om het geloof en geduld van de Profeet Ibrahim en zijn toewijding aan het monotheïsme (Tawhid), waarbij het van belang is om alleen tot Allah (Subhanahu wa ta’ala) te wenden en Zijn leiding te zoeken. Er is een smeekbede van Ibrahim voor de veiligheid van Mekka en zijn nakomelingen. Tevens dient de Surah als een herinnering aan de standvastigheid van de Profeten en het vertrouwen op Allah (Subhanahu wa ta’ala).   

Surah Al-Hijr (Surah 15) - betekent ‘De Rotsachtige Streek’ - is een Surah van 99 Ayat, dat geopenbaard is in Mekka. Hierbij gaat het om de verhalen van volkeren uit het verleden en de gevolgen van het ongeloof en de overtredingen (zoals Thamud). Centraal staat de bescherming van de Qur’an door Allah (Subhanahu wa ta’ala), het troosten van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) - na het verlies van Khadija en Abu Talib - en de waarschuwing dat spot altijd zal leiden tot verlies, naast de eer die wordt geschonken aan gelovigen.