Deel IV 

58) Het beledigen van de Ansar
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Het teken van geloof is de Ansar liefhebben van en het teken van hypocrisie is hen te haten” (Boechari)

59) De mensen tot de zonde uitnodigen of een zonde bedenken
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Wie (mensen) tot een zonde uitnodigt, zal de zonde dragen gelijk aan het aantal dat hem (in de zonde) volgde, en zij zullen hen (eigen) zonden dragen” (Muslim)

60) De Wasilah, de Washimah en de Metafallijah
De  Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Allah (Subhanahu wa ta’ala) vervloekt de Wasilah (de vrouw die vals haar bij andere vrouwen in het haar vlecht) en de Moestawsila (de vrouw die dit met het haar laat doen), de Washimah (de vrouw die de huid van andere vrouwen tatoeëert) en de Moestawshima (de vrouw die zich laat tatoeëren), en de Namisa (de vrouw die het gezichtshaar van een andere vrouw verwijdert) en de Moetanammisa (de vrouw die haar gezichtshaar (wenkbrauwen) laat verwijderen, en de vrouwen die spleten tussen hun tanden maken omdat zij schoonheid zoeken door de schepping van Allah te veranderen)” ( Boechari) 

61) Degene die een wapen op zijn moslimbroeder richt
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: Wie een wapen (mes, pistool etc) op zijn (moslim) broeder richt, wordt door de engelen vervloekt, zelfs als het zijn broeder van dezelfde vader en moeder was” (Muslim)

62) Als men beweert de zoon van een ander dan zijn echte vader te zijn
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Het paradijs is verboden voor iedereen, die beweert de zoon van iemand anders dan zijn echte vader te zijn en weet, dat deze persoon niet zijn echte vader is” (Boechari)

63) Zaken als kwade voortekenen beschouwen
Abdoellah (RA) zei: De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Een kwaad voorteken ergens in zien is een daad van ongeloof en niemand van ons (die zo iets doet) of Allah kan het verwijderen (van de mensen) van ons vertrouwen in Allah Ta’ala te stellen (tawakkoel)” (Een betrouwbare Hadith)

64) Het drinken (of eten) uit gouden of zilveren schalen
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Draag geen zijde of Deebaj (kleed van zilveren zijde) en drink niet uit zilveren of gouden kommen en eet niet van borden van deze metalen, want zulke dingen zijn voor de ongelovigen in deze wereld en voor ons (moslims) in het hiernamaals” (Boechari en Muslim)

65) Ruzie maken en hardleers zijn
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “En van de mensheid is er een wiens spraak zal jou verblijden, in het wereldse leven, en hij roept Allah tot getuige voor wat in zijn hart is, maar hij is van alle tegenstanders degene die het meest ruzie zoekt. En wanneer hij zich afkeert, spant hij zich in om het meeste verderf in het land te zaaien en om de oogst te vernietigen en het vee…” (Qur'an 2:204-5)

66) Het castreren van een slaaf, neus afhakken of hem onterecht martelen
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt dat Sheytan zei: “Waarlijk, ik zal hen misleiden, en zeker, ik zal valse wensen in hen oproepen: en zeker, ik zal hen bevelen om de oren van het vee in te snijden, en voorwaar ik zal hen bevelen om de natuur, die Allah geschapen heeft, te veranderen” (Qur’an 4:119)

67) Degene die met fraude omgaan
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Wee de zwendelaars. Degene die, als zij een maat van iemand krijgen, de volle maat eisen. Maar als zij de maat of het gewicht aan iemand geven, of te weinig geven. Denken zij soms niet, dat zij zullen herrijzen? Op een grote dag. Een Dag waarop de hele mensheid voor de Heer van de Werelden zal ontstaan” (Qur'an 83:1-6)

68) Zich veilig voelen voor de plannen van Allah Subhanahu wa ta’ala
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Niemand voelt zich veilig tegen de samenzwering van Allah behalve de mensen die verloren zijn” (Qur’an 7:99)

69) Niet op de genade van Allah hopen
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “… Zeker niemand wanhoopt aan Allah’s genade, behalve de mensen die niet geloven” (Qur’an 12:87)

70) Ondankbaar zijn
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Dankzij Mij en jullie ouders…”(Qur’an 31:14) 
Een paar mensen van de Safar (rechtgeleiden volgelingen) zeiden: “Het ondankbaar naar anderen zijn is een grote zonde en dankbaar zijn (doe je) door hetzelfde in waarde aan te bieden als aan jou gegeven is, of door tot Allah te bidden om het goede voor degenen die jou wat gegeven heeft.”

71) Het tegenhouden van het water
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Zeg: Vertel mij! Als al jullie water weg zou zakken, wie kan jullie dan van stromend water voorzien?” (Qur’an 67:30)

72) Het tatoeëren van een dier in het gezicht
Jabir (RA) zei dat de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) op een keer langs een ezel liep met een tatoeëring op zijn gezicht, hij zei toen: “Moge Allah Ta’ala degene vervloeken die hem getatoeëerd heeft” (Muslim)

73) Gokken
Allah (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “Bedwelmende zaken, gokken, lotspijlen zijn iets walgelijks van Sheytan's handen. Verwijder (jullie) dus (daarvan) zodat jullie zullen slagen. Sheytan wil slechts vijandigheid en haat tussen jullie zaaien met de bedwelmende zaken en het gokken en het hindert jullie in het gedenken van Allah en in het gebed. Willen jullie er dus niet van afzien?” (Qur’an 5:90-1)
Allah (Subhanahu wa ta’ala) heeft vele verzen geopenbaard die spreken over het verbod om onrechtmatig het geld (of eigendommen) van iemand te nemen.

74) Slechte dingen doen in de heilige moskee (Mekka)
Allah  (Subhanahu wa ta’ala) zegt: “.. en van de Masdjied al-Haram, die Wij voor (alle) mensen (geopend) hebben; de bewoners daarvan en de bezoekers van het land zijn daar gelijk. En Wie daar tot kwade daden neigt of zonde begaat; Wij zullen zorgen dat hij een pijnlijke bestraffing te proeven krijgt” (Qur'an 22:25)

75) Het niet verrichten van het vrijdaggebed in de gemeenschap
Ibn Mas’oed zei: “De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam)  zei over degene die niet het vrijdaggebed in de gemeenschap verrichten: “Ik was van plan iemand te bevelen om de mensen in het gebed te leiden, dan te gaan en de huizen verbranden van die mannen, die het vrijdaggebed niet bijwonen en in hun eigen huis verblijven” (Muslim)

76) Het bespioneren van moslims en hun geheimen openbaar maken
Oemar Ibn al-Khattab (RA) wilde Hatib Ibn Abi Balta’a voor wat hij had gedaan doden (namelijk het bespioneren van de moslims en het doorvertellen van hun geheimen aan de ongelovigen in Mekka, zodat zij zijn zonen in Mekka niet zouden kwetsen), maar de Profeet  (Sallallahu alaihi wa sallam) hield Oemar (RA) tegen, want hij was oprecht en had aan de slag van Badr meegedaan. "Als men moslims bespioneert en de Islam verzwakt door het doden van moslims, het confisqueren van Islamitische eigendommen, moslims gevangen te nemen of zo iets dergelijks, dan is zo iemand als degene die ellende over het land verspreidt en doodt en vernietigt bomen en vee, hij moet dus gedood worden en zal hij in de Agira (het hiernamaals) een pijnlijke bestraffing krijgen. Wij zoeken Allah's bescherming" “Als iemand weet dat bespioneren een van de grote zonden is dan is zijn spionage een nog grotere en zwaardere zonde ”
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Geen van jullie zal het ware geloof hebben, tot hij voor zijn (moslim) broeder wil wat hij voor zich zelf wil” (Boechari en Muslim)
De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) zei: “Iemand haalt zichzelf een zonde op de hals, door iedereen door te vertellen wat hij hoort” (Muslim)