De Qur’an als letterlijk woord van Allah (Subhanahu wa ta’ala)
De Qur’an is de boodschap van Allah (Subhanahu wa ta’ala) aan de mensheid en werd overgeleverd in een keten van de Almachtige Zelf (Subhanahu wa ta’ala), via de engel Djibriel (Gabriël), tot aan de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam). Voor de moslim is het van belang om uit de Qur’an te lezen, te memoriseren en regelmatig te luisteren naar een audio van de Qur’an. Belangrijk is dat de Selef de tekst uit het hoofd geleerd hebben en dat het voor een moslim de juiste ambitie is om de tekst ook uit het hoofd te leren en minimaal de tekst in het Arabisch te kunnen uitspreken en begrijpen.  

Openbaring in 23 jaar 
De boodschap van de Qur’an werd in delen aan de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) geopenbaard, gedurende een periode van zo’n 23 jaar. Bij het begin van de openbaring van de Qur’an was de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) 40 jaar en bij de voltooiing van de Qur’an 63 jaar. Ondanks dat de oorspronkelijke taal het Arabisch is, zijn er vele vertalingen (interpretaties genoemd) te vinden over de gehele wereld. Allah (Subhanahu wa ta’ala) geeft zelf via de Qur’an aan dat deze van groot belang is voor de gelovige, zoals: “(Dit is) een Schrift die Wij aan jou hebben geopenbaard, vol zegeningen, opdat zij over de openbaringen ervan nadenken en opdat mensen met verstand zich erover bezinnen” (Qur’an, 38:29)

De Qur’an is een van de bronnen die de basis vormen van de Islam, naast de Sunnah van de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam), waarbij de Qur’an letterlijk het woord van Allah  (Subhanahu wa ta’ala) is en van de Sunnah - ondanks de inspiratie van Allah (Subhanahu wa ta’ala) - zijn de bewoordingen en handelingen afkomstig van de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam). Tevens is de Qur’an niet door mensen geschreven, maar de bewoordingen zijn letter voor letter vastgelegd door Allah (Subhanahu wa ta’ala).  

De eerste openbaring   
Volgens de gegevens van de geleerden is de openbaring van de Qur’an aan het eind van het jaar 609 (Allah is de Alwetende) geopenbaard in de Grot van Hira. De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) kwam vaker in deze grot om tot rust te komen en om te bidden. Op de betreffende dag werd de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) bezocht door de engel Djibriel met de eerste boodschap:  

“Lees! In de Naam van jouw Heer, die alles heeft geschapen
Die de mens heeft geschapen uit een bloedklomp
Lees voor! Want jouw Heer is de meest Edele
Degene die onderwezen heeft met de pen
Hij leerde de mens datgene wat hij niet kende”
(Qur’an 96,1-5) 

De eerste openbaring waren de eerste 5 verzen van Surah Al-Alaq en na de eerste openbaring heeft Djibriel een onbekend aantal keren de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) bezocht. Hierbij ging het ene moment om een enkel vers en bij een andere openbaring bestond de inhoud uit meerdere verzen. De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) leerde tijdens een openbaring niet alleen de nieuwe verzen, maar kreeg ook de informatie over de indeling van de verzen. De Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) reciteerde en memoriseerde de teksten na elke openbaring en droeg ze daarna voor aan de metgezellen. De metgezellen memoriseerden de heilige teksten en leerden de verzen aan de gezinsleden, die de teksten uit het hoofd leerden. In het geheel zijn 6.236 verzen geopenbaard tussen het jaar 609 en 632. De definitieve Qur’an heeft 114 Surahs. Allah (Subhanahu wa ta’ala) heeft er voor gezorgd dat de teksten authentiek bleef door Djibriel elk jaar tijdens Ramadan alle geopenbaarde verzen te laten herhalen en in Ramadan van het jaar 632 werd de gehele Qur’an gereciteerd.   

De Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) was de laatste Boodschapper van Allah (Subhanahu wa ta’ala) aan de mensheid en daarom is de Qur’an de laatste Boodschap die Allah (Subhanahu wa ta’ala) heeft gezonden. Allah (Subhanahu wa ta’ala) heeft gegarandeerd dat Hij de Qur’an zal beschermen tegen menselijke manipulatie, daarom is de Qur’an van vandaag dezelfde als de Qur’an die aan de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) werd geopenbaard.     

Tenslotte nog een vers uit de Qur’an: “Zullen zij dan niet over de Koran nadenken, of zijn hun harten gesloten?” (Qur’an, 47:24)