Usul al-Fiqh ofwel de beginselen van de rechtsgeleerdheid 
In de Islam is de Usul al-Fiqh één van de belangrijkste wetenschappen en sommige geleerden geven aan dat het 2 studies zouden zijn, namelijk de ‘Ilm (kennis) en de beginselen van de rechtsgeleerdheid ofwel Usul al-Fiqh. Daarnaast zeggen andere geleerden dat het een vak is waarin verschillende vakken worden gecombineerd om de Shari’a  beter te kunnen begrijpen. De eerder genoemde geleerden zijn van mening dat de studie van de beginselen een voorbereiding is op de studie van de rechtsgeleerdheid.   

Usul al-Fiqh 
De tweede groep geleerden geven aan dat er verschillende vakken worden gecombineerd, zoals kennis van de Arabische taal - wat noodzakelijk is om de bronteksten van Qur’an en Sunnah te kunnen begrijpen -, logica - om de taal van de klassieke boeken te  kunnen begrijpen -, antwoorden op vragen van de rechtsfilosofie. Tevens wordt gemeld dat Fiqh binnen de Islam gezien wordt als de jurisprudentie van de Shari’a, waarbij de letterlijke vertaling omschreven wordt als ‘het goede inzicht hebben in iets’, ‘het weten en begrijpen van wat iets betekent’. Fiqh gaat daarbij over Islamitische rituelen én het Islamitisch recht.   

Vier wetscholen 
Belangrijk hierbij zijn de verschillende wetscholen - ofwel Madhhabs - en binnen de Ahlus-Sunnah wal-Djamaa’ah kan men 4 wetscholen aantreffen. Binnen deze Madhhabs kunnen verschillende ideeën voorkomen over hetzelfde punt. Voor een moslim is het van belang dat als hij gekozen heeft voor een bepaalde wetschool, dat men zich aan de regels van deze wetschool houdt. Het is geen kwestie van shoppen bij de ene wetschool en volgende week bij de andere wetschool.  

Vier wetscholen (Madhaahib) zijn aan te treffen in de Ahlus-Sunnah wal-Djamaa’ah en dat zijn de Hanafi, Maliki, Shafi’i en Hanbali wetschool. Volgens de gegevens zou de Hanafi wetschool de grootste van de 4 Madhaahib zijn. Deze Hanafi wetschool is opgericht door de Imam Abu Hanifa. In het Nederlands is het boek ‘Vereenvoudigde Fiqh’ uitgebracht (in het Arabisch heet het boek ‘Al fiqh al Muyassar’) wat gebaseerd is op het boek over Fiqh in Hanafi ‘Nur al Idah’ van Imam Asshurunbutali. Voor elke Mukallaf is het verplicht om Islamitische kennis in zich op te nemen op een manier om de geboden en verboden van Allah (Subhanahu wa ta’ala) te volgen. 

Bepaalde geleerden hebben een verdeling gemaakt van 11 disciplines voor de Islamitische wetenschappen of Shari’a-wetenschappen, waarbij men kan denken aan zogenaamde intrinsieke wetenschappen, zoals Theologie, Qur’an exegese, Hadith, Recht en Rechtsleer, en zogenaamde hulpwetenschappen, onder meer logica en taalkunde. Usul al-Fiqh valt onder de intrinsieke wetenschappen, maar men heeft wel de hulpwetenschappen nodig.

Belangrijke werken van de Usul al-Fiqh zijn onder meer ‘Risala’ van Imam al-Shafi’i, ‘Burhan’ van Imam al-Haramayn al-Juwayni, ‘Mustasfa van het Bewijs’ van Imam al-Ghazali, ‘Umad’ van al-Qadi al-Baqillani en ‘Mu’tamad’ van Abu al-Hasan al-Basri.    

Verdere uitleg    
Rechtswetenschap bestudeert de historische factoren achter de beschrijving van Fiqh (Islamitisch recht), de bron ervan (Shari’a), de opkomst van Fuqaha (juristen) en de ontwikkeling van de verschillende Madhaahib (wetscholen) en de Usool (rechtsleer). Imam al-Razi heeft in zijn werk ‘al-Mahsul’ Fiqh gedefinieerd als ‘Kennis van de praktische rechtsregels die zijn afgeleid van specifieke bewijzen op een manier die niet noodzakelijkerwijs door de rede kan worden verkregen’.  

Men kan het onderwerp van Fiqh omschrijven als alle activiteiten van de wettelijk verantwoordelijke mens, gebaseerd op de uitspraken van Allah (Subhanahu wa ta’ala), zoals ‘Het gebed is verplicht’ en ‘Woekerpraktijken zijn verboden’. Daarnaast heeft Imam al-Baydawi in zijn ‘Minhaj al-Wusul’, Usul al-Fiqh gedefinieerd als "een algemene kennis van de bewijzen van fiqh, de wijze waarop deze worden afgeleid, en de status van degene die de afleiding uitvoert." 

Bronnen van Islamitische wetgeving 
Er is en was een oproep om terug te keren naar de Qur’an en de Sunnah, wat vaak ging met een letterlijke benadering van de religieuze teksten. Dit zou kunnen inhouden dat bepaalde zaken niet juist werden geïnterpreteerd, waardoor pogingen zijn geweest om de Islamitische wetgeving te moderniseren vanuit de interne methodiek. Maar of dat juist was, werd door geleerden argwanend bekeken, daar de letterlijke benadering niet alle bronnen zou hebben gebruikt. Daarnaast gaat de benadering van moderniseren voorbij aan het feit dat de Islamitische wetgeving genoeg flexibiliteit bevat om de behoeften van alle generaties te kunnen beantwoorden. Dat wil zeggen dat er geen vernieuwing nodig is. 

De Islam geeft de leiding van Allah (Subhanahu wa ta’ala) voor elke persoon, elke situatie en elk moment. Zo hebben de Qur’an en de Sunnah een wettelijk oordeel gegeven over alle situaties, zoals de viering van de geboortedag van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) en het gebruik van bijvoorbeeld bitcoins, al hoewel niet altijd de zaken even makkelijk te vinden zijn.  

Binnen de 4 wetscholen zijn een aantal bronnen waarover overeenstemming is, omdat de Imams methodes hebben ontwikkeld om te onderzoeken wat het wettelijk oordeel was over een aantal zaken. Hierbij hebben ze dezelfde bronnen gebruikt - waarover overeenstemming was - de Qur’an, de Sunnah, Consensus (ijma’), analogie (qiyas). Daarnaast hebben de wetscholen bronnen waar meningsverschil over is.