Verdere verdieping met Oeloem al-Qur’an, deel IV
Ondertussen is er al heel wat gezegd over de Qur’an, maar er blijft nog steeds heel veel te vertellen over het Woord van Allah (Subhanahu wa ta’ala), het boek dat de bron is van leiding en autoriteit voor het Islamitisch geloof. Zoals eerder aangegeven werd de Qur’an geopenbaard aan de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) over een periode van ongeveer 23 jaar. Deze openbaring is gedaan door Djibriel, die in de Qur’an ook wordt genoemd Roeh ol-Amien (Betrouwbare Geest) en Roeh ol-Qods (Heilige Geest).
De Qur’an vastleggen
Djibriel heeft de openbaringen bij de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) mondeling overgedragen, die later zijn vastgelegd, zodat het Woord van Allah (Subhanahu wa ta’ala) bewaard kon worden en nog steeds en beschermd tegen innovaties. Duidelijk moet zijn dat deze vastlegging van de tekst van de Qur’an in het klassieke Arabisch is gedaan - wat overigens één van de mooiste talen is om te beluisteren en memoriseren - waarbij de Qur’an is vastgelegd in 114 Soewar (meervoud van Surah). De Soewar variëren in lengte, waarbij er zelfs zijn van 3 Ayat maar ook van meerdere pagina’s, zoals Surah Al-Baqarah.
In de Qur’an vindt men een scala aan onderwerpen, zoals theologie, moraliteit, richtlijnen voor persoonlijk gedrag, wetten, historische verhalen en verhalen van Profeten uit vorige beschavingen. De nadruk in de Qur’an ligt op de eenheid van Allah (Subhanahu wa ta’ala) (het monotheïsme), het belang van het geloof en het belang van goede daden. De Qur’an moet niet gezien worden als alléén een religieus Boek, maar de Qur’an dient als een uitgebreide gids voor het persoonlijk en gemeenschappelijk leven, waarbij de nadruk ligt op mededogen, rechtvaardigheid, vriendelijkheid en het vergaren van kennis. Hierdoor wordt de moslim aangemoedigd om wijsheid te zoeken, aan zelfreflectie te doen en een positieve bijdrage te leveren aan de samenleving. De 114 Soewar hebben alle een specifieke naam, dat vaak gekoppeld is aan een bepaald thema of gebeurtenis, zoals in het volgende Aya Allah (Subhanahu wa ta’ala) spreekt over de schepping van de wereld in 6 dagen:
“En het is Hij Die de hemelen en de aarde heeft geschapen in zes dagen (perioden), en Zijn troon was op het water, opdat Hij jullie kan testen wie uitblinkt in (gehoorzame) daden (omwille van Allah). Maar als je tegen hen zegt: “Jullie zullen zeker na de dood herrezen worden,” dan zullen degenen die ongelovig zijn zeker zeggen: “Dit is niets anders dan duidelijke toverij” (Qur'an, 11:7)
Getallen in Qur’an en betekenis
In de Qur’an komen vele getallen voor, die een speciale betekenis hebben en van groot belang zijn in de Qur’an. Zo heeft elke Surah een bepaald aantal Ayat, die speciaal zijn om de specifieke betekenis over te brengen. Een voorbeeld is Surah Al-Fatiha, dat bestaat uit 7 Ayat. Het getal 7 wordt vaak als een heilig getal beschouwd in vele religieuze tradities en zou staan voor het symbool van perfectie en eenheid. In het bovenstaande Aya (Qur’an, 11:7) is het getal 6 te vinden, waarbij men moet begrijpen dat cijfers vaak een symbolische betekenis hebben en nodig zijn om de tekst te kunnen begrijpen.
Als men gaat zoeken - in eerste instantie mogelijk op het internet - kan men feiten, onderwerpen en vertalingen vinden van de verschillende Soewar (zoals nu wordt aangegeven).
Surah Al-Fatiha (Surah 1) - wordt ook 'De Opening'[ , 'Umm al-Qur'an' (‘Moeder van de Koran’) genoemd (is van de Mekka periode) - vormt de kern van de Islamitische geloofsleer en is van grote betekenis bij het Salaat. De Surah is een essentieel onderdeel van elke Rak’aht van elk verplicht gebed. Surah Al Fatiha erkent de soevereiniteit en genade van Allah (Subhanahu wa ta’ala) en zoekt om leiding en zegeningen van Allah (Subhanahu wa ta’ala). De Surah dient als smeekbede om leiding en samenvatting van de Qur’an.
Surah Al-Baqarah (Surah 2) - betekent 'De Koe' - is het langste vers van de Qur’an met 286 Ayat (is van de Medina periode). In deze Surah worden vele thema’s behandeld, onder meer richtlijnen voor gelovigen, verhalen van profeten en wetten van sociaal en economisch gerechtigheid. Surat Al-Baqarah fungeert als een leidende gids voor het Islamitische leven, behandelt Aqeedah (‘geloof’), aanbidding, sociale wetgeving, waarbij de nadruk ligt op het belang van geloof, geduld en gehoorzaamheid aan de geboden van Allah (Subhanahu wa ta’ala) en de verhalen van Profeten, zoals Ibrahim en Musa, om leiding en vroomheid te bevorderen. In deze Surah is Ayat Al-Kursi (Qur’an, 2:255) opgenomen ofwel ‘Het Troonvers’, wat de soevereiniteit, kennis en bescherming van Allah (Subhanahu wa ta’ala) benadrukt en wordt beschouwd als het machtigste Ayat.
Surah Al-Imran (Surah 3) - betekent 'Het Geslacht van Imran' - is een Surah uit Medina. In deze Surah worden verschillende onderwerpen besproken, zoals het belang van geloof, eenheid onder de gelovigen, het voorbeeld van de Profeten uit het verleden en de noodzaak van de leiding van Allah (Subhanahu wa ta’ala). Met andere woorden gaat het in deze Surah om de versterking van het geloof, roept het op tot eenheid en standvastigheid en benadrukt de eenheid van Allah (Subhanahu wa ta’ala). Tevens worden de gevolgen van het ongeloof benadrukt, de beloningen voor de diegenen die standvastig blijven in de Islam en behandelt de geschiedenis van Imran (onder meer Maryam en Isa) en geeft de lessen van de Slag van Uhud.
Surah An-Nisa (Surah 4) - betekent ‘De Vrouwen’ - is een Surah uit de periode van Medina. In deze Surah wordt gesproken over de verschillende aspecten van vrouwenrechten, familieaangelegenheden en sociale verantwoordelijkheden. Tevens over zaken als huwelijkswetten, erfrecht en de bescherming van wezen. Met name wordt de rechtvaardigheid binnen het gezin en de samenleving benadrukt, de rechtvaardigheid, vriendelijkheid en het nakomen van verplichtingen. Tenslotte worden de relaties tussen de gemeenschap en Allah (Subhanahu wa ta’ala) gereguleerd.
Surah Al-Ma’ídah (Surah 5) - betekent 'De Tafel' - is een Surah van de Medina periode. Ook in deze Surah worden een groot aantal zaken besproken, zoals spijswetten, toegestane en verboden voedsel (halal / haram) en tevens de betekenis van het nakomen van eden en verbonden. Het belang van de verhouding tot andere religies wordt besproken, net als gerechtigheid, waarachtigheid en samenwerking tussen gelovigen. Het vervolmaken van de Islamitische wet staat centraal, onder meer de regels voor slacht, huwelijk, rechtvaardigheid. Ook komt de tafel die voor Isa werd gedekt, ter sprake.