Verdere verdieping met Oeloem al-Qur’an, deel VI 
Ondertussen zijn de eerste 15 Soewar in het kort besproken - het onderwerp waar ik steeds naar op zoek was en mijn interesse naar uitgaat - en Insha'Allah kunnen er weer een aantal Soewar aan deze reeks worden toegevoegd. Het boek van Allah (Subhanahu wa ta’ala) - de Edele Qur’an - is zo fascinerend om het dagelijks te lezen, te beluisteren en te memoriseren, maar nog steeds komt men nieuwe zaken tegen. 

Surah An-Nahl (Surah 16) - wordt ook 'De Bij’ of ‘De Bijen’ genoemd - is een Surah van 128 Ayat uit de Mekka periode. De Surah wordt ook de ‘Surah van de Zegeningen’ genoemd en het bespreekt de verschillende tekenen van de schepping van Allah (Subhanahu wa ta’ala), waarbij men moet denken aan de zegeningen van voedsel, dieren en natuurlijke fenomenen. De Surah spoort aan tot dankbaarheid, rechtvaardigheid en het vermijden van shirk (‘Afgoderij’). In de Ayat 68 - 69 worden de bij en de honing genoemd, dat beschreven wordt als genezing voor de mensen en staat symbool voor de wonderen en zegeningen van de schepping.  

Surah Al-Isra (Surah 17) - heeft de naam ‘De Nachtelijke Reis - gaat over het wonder van de nachtelijke reis van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) van Mekka naar Al Quds (Jeruzalem) - Al-Isra - en de Hemelvaart (Mi’raj). Met de Surah wordt de kracht van Allah (Subhanahu wa ta’ala) benadrukt, naast verschillende ethische en maatschappelijke vraagstukken (‘morele en sociale richtlijnen’). Daarnaast wordt het belang van het gebed en de aanbidding benadrukt. Tevens wordt de geschiedenis van Bani Israel besproken, die 2 maal corruptie en arrogantie op aarde zal veroorzaken en daarvoor gestraft wordt.   

Surah Al-Kahf (Surah 18) - betekent ‘De Grot’ - heeft 110 Ayat en is geopenbaard in Mekka. De Surah is het verhaal van een groep jonge gelovigen die naar de grot zijn gegaan om vervolging te ontkomen. In feite heeft de Surah 4 hoofdthema’s, zoals de jonge gelovigen, Musa en Khidr, Man met de 2 Tuinen en Dhul-Qarnayn. De nadruk ligt op thema’s als geloof, geduld, wereldse bezittingen die voorbij gaan en het zoeken naar kennis. Belangrijke onderwerpen zijn bescherming tegen Fitna (‘verleidingen’), bescherming tegen de Dajjal en licht op vrijdag.

Surah Maryam (Surah 19) - is vernoemd naar Maria, de moeder van Isa - is een Surah uit de periode van Mekka. De Surah gaat over de wonderbaarlijke geboorte van Yahya en van Isa en tevens ligt de nadruk op de macht en genade van Allah (Subhanahu wa ta’ala) en het belang van rechtschapen daden. Er wordt benadrukt dat Allah (Subhanahu wa ta’ala) één is, boven alles en heeft geen deelgenoten heeft.   

Surah Ta-Ha (Surah 20) - de naam zou wijzen op Al-Muqatta’at (‘verheven letters’) Ta Ha, wat vaak wordt gebruikt wordt als aanspreking van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) of als ‘de zuivere / geheiligde’ - is een Surah van 135 Ayat en is geopenbaard in Mekka. Het is bekend om het uitgebreide verhaal van de Profeet Musa en zijn ontmoeting met Allah (Subhanahu wa ta’ala) op de berg Sinaï. De nadruk ligt op het belang van geloof, geduld en vertrouwen in het plan van Allah (Subhanahu wa ta’ala). Tevens wordt er gesproken over de dag des Oordeels en de misleiding van Adam door Iblis. 

Surah Al-Anbiya (Surah 21) - betekent ‘De Profeten’ - en is een Surah uit de periode van Mekka. In de Surah worden de verhalen van 16 Profeten verteld over de strijd en het geloof in Allah (Subhanahu wa ta’ala), de Dag des Oordeels, Goddelijke Leiding en Eenheid, De overwinning van het monotheïsme (‘recht’) op afgoderij (‘onrecht’).  

Surah Al-Hadj (Surah 22) - wat staat voor ‘De Bedevaart - is een Surah waar discussie over is of het komt van de periode van Mekka of de periode van Medina, waarbij de meest gangbare opvatting is dat de Surah zowel Mekkaanse als Medinaanse Ayat bevat, op  een verweven manier dat ze niet afzonderlijk te onderscheiden zijn. Volgens Ibn Ashur werden delen ervan waarschijnlijk laat in de Mekkaanse periode geopenbaard, terwijl de rest in Medina werd geopenbaard. In de Surah wordt de betekenis en rituelen van de Hadj benadrukt naar de Ka’aba in Mekka, de eenheid van de moslim gemeenschap en het belang van het nakomen van de religieuze verplichtingen. 

Surah Al-Mu'minun (Surah 23) - betekent ‘De Gelovigen’ - is geopenbaard in Mekka. In de Surah worden de kwaliteiten en kenmerken van de ware gelovige besproken en wordt het belang van geloof, gebed, naastenliefde en bescheidenheid benadrukt. De schepping en bewijzen van Allah (Subhanahu wa ta’ala) - zoals de ontwikkeling van de mens in de baarmoeder - worden besproken. 

Surah An-Nur (Surah 24) - staat voor ‘Het Licht’ - is geopenbaard in Medina en is een fundamentele bron voor sociale wetgeving, gericht op reinheid, eer en stabiliteit binnen de gemeenschap (belang van bescheidenheid, kuisheid, hijab en heiligheid van het gezinsleven). Besproken wordt de definitieve vrijspraak van Aisha aangegeven en Aya 35 is centraal waar Allah (Subhanahu wa ta’ala) wordt beschreven als het licht van hemelen en de aarde.

Surah Al-Furqan (Surah 25) - betekent ‘Het Onderscheid’ - is een Surah van 77 Ayat van de Mekka periode en is gebaseerd op 3 delen: bewijs van profeetschap van de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) en de Qur’an is door Allah (Subhanahu wa ta’ala) geopenbaard; bewijs van de Opstanding en vergelding; bevestiging van de absolute Eenheid van Allah (Subhanahu wa ta’ala). In de laatste Ayat worden de eigenschappen van Ibad-ur-Rahman (‘Dienaren van de Barmhartige’), zoals nederigheid, vreedzaam reageren op onwetenden, nachten doorbrengen in gebed, matigheid in uitgaven, vermijden van shirk, moord en onzedelijkheid, getuigenis van de waarheid, zich afkeren van valsheid.

Surah Ash-Shu’ara (Surah 26) - staat voor ‘De Dichters’ - is een Surah van 227 Ayat en geopenbaard in Mekka en is een diepe troost en bemoediging voor de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) en om de echtheid van de Qur’an te bevestigen. Tevens worden de verhalen van verschillende Profeten besproken met hun strijd en de oproep tot monotheïsme. De naam van de Surah is vernoemd naar de dichters in de laatste Ayat (224 - 227) om duidelijk te maken dat de Qur’an niet door djinn aan dichters is ingefluisterd, wat inhoudt dat de Qur’an nog poëzie noch de taal van demonen is.      

Surah An-Naml (Surah 27) - betekent ‘De Mieren' - bevat 96 Ayat en is geopenbaard in Mekka. De Surah bevestigt het goddelijk gezag van de Qur'an middels 2 machtsblokken die tegenover elkaar staan, namelijk het magnifieke Koninkrijk dat geleid door de Profeet Sulayman en de arrogante, vernietigde beschaving van Thamūd. De Surah is een waarschuwing voor de ongelovigen en  een bevestiging van de waarheid voor de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam).