De geleidelijke openbaring van de Qur’an
De Qur’an is niet in zijn geheel in één keer geopenbaard aan de Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam), maar werd geopenbaard in delen in 23 jaar. De openbaring van de Edele Qur’an begon in de heilige maand Ramadan en is bewust geleidelijk geopenbaard, daar het veranderen van een levensstijl geleidelijk gaat en indien zoiets onder dwang zou gebeuren, zou het niet lang blijven en was het niet toekomstbestendig.

Geleidelijke openbaring 
Een voorbeeld van dat de openbaring geleidelijk is gegaan, is onder meer het verbod (haram) op alcohol (khamr), wat middels 3 fases werd geopenbaard. Het gebruik van alcohol werd in stappen afgeraden om daarna het uiteindelijke verbod te bevestigen in Surah Al-Ma’idah.  

 

  • De eerste stap was: “Zij vragen jou over de wijn en het kansspel. Zeg: "In beide is grote zonde en nut voor de mensen, maar de zonde in beide is groter dan hun nut." En zij vragen jou wat zij aan bijdragen moeten geven. Zeg: "Wat jullie kunnen missen." Zo maakt Hij voor jullie Zijn Tekenen duidelijk, hopelijk zullen jullie nadenken” (Qur’an, 2:219) 
  • Daarna volgde de 2e fase: “O jullie die geloven, nadert niet de shalât terwijl jullie dronken zijn, totdat jullie weten wat jullie zeggen; en (ook) niet onrein (Djoenoeb), behalve degenen die er onderweg doorheen komen, totdat jullie je (ritueel) gereinigd hebben. En in het geval dat jullie ziek  zijn, of op reis, of jullie van het toilet komen, of jullie de vrouwen aanraken en jullie geen water vinden: doet dan de Tayammoem met schone aarde en wrijft ermee langs jullie gezichten en handen. Voorwaar, Allah is Vergevend, Vergevensgezind” (Qur’an, 4:43)  
  • Om tenslotte het verbod te geven: “O, jullie die geloven! Voorwaar, de wijn en het gokken en de afgodsbeelden en pijlen om te verloten zijn onreinheden die tot het werk van de Satan behoren, vermijd deze (zaken) dus. Hopelijk zullen jullie welslagen! Voorwaar, de Satan wil alleen maar vijandschap en haat onder jullie veroorzaken met behulp van wijn en gokken en door jullie af te houden van het gedenken van Allah en de shalât: houdt ermee op!” (Qur’an, 5:90-91) 

 

De Qur’an is 1 van de 2 bronnen die de basis vormen van de Islam, waarbij de tweede bron de Sunnah is van de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam). De Profeet Mohammed (Sallallahu alaihi wa sallam) was de laatste Boodschapper van Allah (Subhanahu wa ta’ala), aan de mensheid, waardoor de Qur’an de laatste boodschap is die Allah (Subhanahu wa ta’ala) aan de mensen heeft gezonden. De voorgangers van de Qur’an - zoals de Thora, de Psalmen en de Evangeliën - zijn achterhaald. 

Vastlegging Qur’an 
Doordat de Qur’an geleidelijk werd geopenbaard, konden de eerste gelovigen de teksten memoriseren en praktiseren. In de tijd van de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) waren er amper 17 mensen - van de paar honderdduizend mensen - in Mekka die konden lezen en schrijven. Hierdoor heeft de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) deze mensen - die konden lezen en schrijven - opgedragen om de openbaring op allerlei materialen op te schrijven. De gelovigen die niet konden schrijven, leerden de teksten uit het hoofd. 

De volgorde van de openbaring is een andere volgorde dan die van het opschrijven. Dit komt doordat de Profeet (Sallallahu alaihi wa sallam) exact heeft aangegeven waar een bepaald vers geplaatst moest worden. Voor het onthouden van een tekst is het tegenwoordig van belang om een tekst op te schrijven, aantekeningen te maken, samenvatting per hoofdstuk te maken, eventueel onderstrepen of een kleur geven, pijlen tekenen om verbanden te leggen. Dit heet interactie met de tekst, maar wordt niet toegestaan in de Qur’an omdat het niet gepast is om te schrijven in de Qur’an.   

Letterlijke betekenis of diepere betekenis    
In de Qur’an kan men verzen vinden die op verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden, wat in de Islamitische theologie leidt tot een onderscheid in de verzen. De Qur’an geeft zelf aan, dat de verzen onder te verdelen zijn in Mukham (duidelijk, ondubbelzinnig) en Mustashabih (meerduidig, allegorisch). De Mukham verzen zijn verzen waarvan de betekenis duidelijk en ondubbelzinnig is en waarover geen twijfel bestaat. 

Daarnaast zijn er Mustashabehat verzen, die meer dan één betekenis hebben en daardoor ook moeilijk letterlijk te vertalen zijn. De verzen in de Qur’an die op meerdere manieren begrepen kunnen worden en meerdere betekenissen bevatten, zijn ook zo door Allah (Subhanahu wa ta’ala) bedoeld. In de meeste gevallen hebben de geleerden slechts aangegeven welke van die betekenissen door Allah (Subhanahu wa ta’ala) bedoeld kunnen zijn. 

Geleerden geven aan dat de Mukham (moeh’kamaat) verzen de basis vormen van de Qur’an en men moet juist naar deze verzen verwijzen voor uitleg. Deze verzen zijn duidelijke verzen die door iedereen begrepen kunnen worden. Deze verzen leggen de afgeschafte regelgevingen, de toegestane en verboden zaken, wetten en grenzen uit, waarin geloofd moet worden en die toegepast moeten worden. De Mukham verzen kunnen niet veranderd worden of op meerdere manieren uitgelegd worden.   

De Mustashabehat (moetashaabihaat) verzen zijn mogelijk voor meer uitleg vatbaar en omvatten de afgeschafte verzen waarin we dienen te geloven, maar niet toe te passen, gelijkenissen, eden. Moh’ammad ibn Ish’aaq ibn Yasar zei:  “Zij kunnen (maar dienen niet) veranderd worden, en dit is een test van Allah de Verhevene voor de dienaren, net zoals Hij ze test met de toegestane en verboden zaken. Dus deze verzen dienen niet veranderd te worden om een onjuiste betekenis aan te duiden of om de waarheid te verdraaien (volgens de begeerte)”